Lorna Shore in Amsterdam
In dit artikel:
Humanity's Last Breath opende de avond en liet meteen horen dat dit geen beginnende band was: de Zweden bestaan al sinds 2009 en hebben vijf studioalbums. Vanaf het eerste akkoord werd de zaal overspoeld door een loodzware, klinische muur van geluid; de link met Vildhjarta (de herkenbare ‘thall’-kleur) is hoorbaar, maar Humanity’s Last Breath klinkt robuuster en meer experimenteel. Buster Odeholms linksom besnaarde, extreem laag gestemde gitaar en de strakke, hoekige ritmes zorgden voor een fysieke impact, terwijl Filip Danielssons diepe grunts de set nog grimmiger maakten.
Shadow of Intent startte zonder intro en zette in hoog tempo een symfonische, technisch georiënteerde deathcore neer die qua intensiteit aan Lorna Shore doet denken. De Amerikanen speelden vooral materiaal van het recentere Imperium Delirium en lieten vocale veelzijdigheid horen via Ben Duerr, terwijl gitarist Chris Wiseman opviel door zijn precisie. Hoogtepunten waren onder meer Feeding The Meatgrinder en de afsluiter The Heretic Remains, waarbij het publiek deelnam met een wall of death.
Whitechapel, dit jaar twintig jaar actief, trad aan met een set die veel nummers van hun recente plaat Hymns In Dissonance (2025) bevatte: de eerste zes tracks kwamen van dat album. De band koos duidelijk voor een terugkeer naar brute deathcore en kreeg veel respons op nieuw materiaal als Prisoner 666. Frontman Phil Bozeman compenseerde zijn beperkte podiumpresence met krachtige grunts en screams. Het tweede gedeelte van de set haalde ouder werk van The Somatic Defilement (2007) naar voren, wat vooral bij de jongere aanwezigen nostalgische rillingen opriep; de mix van oud en nieuw werkte overtuigend en de band verloor niets aan strakheid of agressie.
Headliner Lorna Shore moest aan hoge verwachtingen voldoen en deed dat met verve. Na het vertrouwde Bonnie Tyler-intro schoot de band uit de startblokken met drie nummers van het nieuwe album I Feel The Everblack Festering Within Me. Will Ramos domineerde het publiek qua charisma, al had hij last van een verkoudheid waardoor zijn stem soms geknakt klonk. Songwriters Adam De Micco (gitaar) en Austin Archey (drums) vielen op door ingewikkelde, slimme composities. De show kreeg extra visuele vuurkracht dankzij vlammen, knallen en meerdere videoschermen; moshpits en walls of death waren constant aanwezig. De ruim twintig minuten durende Pain Remains-trilogie en afsluiter To The Hellfire, met Ramos’ kenmerkende extreme vocalisaties, vormden het hoogtepunt.
Conclusie: een sterke avond die liet zien waarom Lorna Shore momenteel zo populair is, mede dankzij sterke supportacts die de show inhoudelijk en publiekstechnisch omhoog trokken.