Interview met Gods Of Gaia
In dit artikel:
Kevin Sierra (Gods Of Gaia) praat in een interview (Metalfan.nl, december 2025) uitgebreid over zijn nieuwe album Escape The Wonderland, de totstandkoming ervan en de ideeëngang achter zijn muziek. Ten opzichte van het debuut As Daylight Dies (2023) klinkt het nieuwe werk zwaarder richting black metal en blijft het thematisch kritisch over menselijk gedrag, arrogantie en destructie — het album fungeert voor Sierra als uitlaatklep voor frustratie over het uitblijven van oplossingen voor maatschappelijke problemen.
Songwriting en compositie verlopen bij hem vrij intuïtief: hij begint meestal met cello, bouwt laag voor laag strijkers en piano en voegt pas daarna gitaar, drums en bas toe; vocals volgen als laatste en kunnen een arrangement flink doen herschikken om de stem ruimte te geven. Een uitzondering op dit proces was Krieg In Mir, waarvoor een vriendin een bestaand gedicht aanleverde waarop hij muziek schreef. Snelwerk en traagwerk wisselen elkaar af: sommige nummers ontstaan binnen een uur, andere vergen weken.
Opnames gebeurden grotendeels buiten traditionele studios: orkestratie en veel opnamewerk vond thuis of in een repetitieruimte plaats, wat Sierra prettig vond omdat het tijd en kosten spaart. Vocals nam hij meerdere keren op en experimenteerde met microfoons, en concludeerde dat het bij dit soort muziek vaak gewoon neerkomt op “schreeuwen in een microfoon”. Voor het debuut schakelde hij mixer Mendel van der Leij in; voor Escape The Wonderland nam hij zelf mix- en masterwerk ter hand. Zijn motivatie: niemand kan zo secuur met zijn eigen muziek omgaan als hijzelf. Het mixproces begon bij de orkestratie en ging via gegroepeerde sporen naar gitaar, bas, drums en vocals, met veel automatisering om dynamiek te creëren. Zijn les: beter bewust opnieuw opnemen dan eindeloos sleutelen achter de knoppen.
Sierra bespreekt ook enkele specifieke keuzes en referenties. Hij maakte een cover van Cyan Night Dreams van Parasite Inc., aangesproken door de wisselwerking een synthwave-sfeertje en cleane vocals — en door de verrassing over hoe goed de originele zanger kan zingen. Voor videomateriaal gebruikte hij bij de titeltrack scènes uit de Japanse stomme horrorfilm A Page of Madness (1926); de setting van een psychiatrische inrichting staat voor hem symbool voor het kille systeem waar mensen in vast kunnen zitten, en de maskers die men opzet om te overleven. De clip bij Burn For Me bevat beelden uit een vroege filmadaptatie van Dante’s Inferno (1911): daar belichaamt Sierra de duivel die zich als vriend voordoet maar uiteindelijk verwoest.
Orkestratie en piano-arrangementen ontstaan grotendeels op gehoor; Sierra speelt alles zelf in, vaak door linker- en rechterhand apart op te nemen en MIDI achteraf te corrigeren. Voor orkestklanken gebruikt hij VST-bibliotheken zoals Spitfire Audio BBC Orchestra & Studio Strings, East West Percussion en The Orchestra, en een Yamaha-vleugel-VST van East West. Hij erkent dat zijn uitvoeringen niet altijd perfect live zouden klinken, maar vindt dat componisten niet per se alles foutloos live hoeven te kunnen spelen — daarvoor bestaan professionele uitvoerders.
Gods Of Gaia blijft primair een studioproject. Sierra zegt dat hij bewust de controle houdt over songwriting en vreest dat democratische bandstructuren efficiëntie en nummers kunnen schaden. Podiumoptredens zijn niet uitgesloten, maar zouden afhankelijk zijn van betaalde sessiemuzikanten en logistieke haalbaarheid; hij wil niemand onderbetalen.
Als afsluitende boodschap geeft Sierra de lezer mee niet klein te laten krijgen: zoek iets dat betekenis geeft, houdt je eigen ventiel om niet stuk te gaan en besef dat ontsnappen uit het systeem mogelijk is — zo niet, dan komt uiteindelijk toch alles tot een eind. Welcome the Afterlife, zo luidt zijn afsluitende gedachte.